Jonge slangen vroeg uit het ei
Tijdens een inventarisatieronde van vrijwilligers van Landschapsbeheer Flevoland in het Oostvaardersveld werden op 7 augustus de eerste jonge ringslangen van het jaar gezien. Door de warme zomer zijn de jonge slangen eerder uit het ei gekropen dan gebruikelijk.
Ringslangvrouwtjes leggen in juni 20 à 30 eieren in een broeihoop: deze hoop bestaat uit bladeren, takken en gras. Dit materiaal composteert waardoor er warmte vrijkomt. Samen met de buitentemperatuur bepaalt de vrijkomende warmte het tempo waarin de eieren van de ringslang uitkomen. Ideaal is een constante temperatuur van 28°C, maar deze wordt in de natuur zelden gehaald.
2010 heeft een warme zomer en het is dan ook niet verwonderlijk dat op 7 augustus de eerste jonge slangen zijn gevonden in het Oostvaardersveld. Dit is een week eerder dan gebruikelijk. In dit terrein van Staatsbosbeheer liggen al meer dan 10 jaar lang broeihopen voor de ringslang. Deze worden goed gebruikt, getuige de 2200 eidoppen die in 2009 gevonden zijn.
Het Oostvaardersveld is, samen met het Kuinderbos, een van de weinige terreinen in Flevoland waar de ringslang voorkomt. In deze terreinen vinden ze voldoende kikkers om van te leven en vinden ze voldoende beschutte plekken om te zonnen. Wandelaars hoeven niet bevreesd te zijn want de slang is niet giftig, en is erg gevoelig voor trillingen. Meestal is het dier al verdwenen voordat een wandelaar bij de ringslang gekomen is.





